Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:375.
18. Opmerking verdient dat het bestaan van een klacht als omschreven in art. 164, eerste lid, Sv ook alsnog kan worden aangenomen indien op grond van het onderzoek op de terechtzitting is vastgesteld dat de klager ten tijde van het opmaken van de aangifte de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld (vgl. HR 11 januari 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC8448, NJ 1994/278). Aldus kan – anders dan de steller van het middel meent – in een situatie waarin een als klacht bedoeld stuk wel een aangifte maar geen expliciet verzoek tot vervolging inhoudt, het bestaan van een klacht toch nog worden aangenomen nadat de vervolging reeds een aanvang heeft genomen. Uit art. 164, eerste lid, Sv valt dan ook niet af te leiden dat het ontbreken van een expliciet verzoek tot vervolging bij de aangifte niet kan worden hersteld nadat de vervolging is aangevangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 48058 tot 49158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1 | shasum -a 256