Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Alinea 146 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:375.
De enkele omstandigheid dat namens de benadeelden twee raadslieden op de terechtzitting in eerste aanleg aanwezig waren, kan naar ik meen het oordeel niet dragen dat [A] Advocaten en [betrokkene 1] de bedoeling hadden dat ter zake van de in de onderhavige zaak tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten een vervolging tegen de verdachte zou worden ingesteld. Daarbij neem ik in aanmerking dat het bedoelde proces-verbaal niets vermeldt waaruit zo een wens van de raadslieden zou kunnen worden opgemaakt. De (vervolg)vraag of aan het vereiste van de bijzondere volmacht als bedoeld in art. 164, eerste lid, Sv is voldaan, behoeft mitsdien hier geen beantwoording; die vraag laat ik dan ook verder rusten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 53069 tot 53851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1 | shasum -a 256