Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:375.
26. Voor zover ik heb kunnen nagaan ontbreekt niet alleen een klacht of aangifte ter zake, maar ook een uiting van [A] Advocaten en/of [betrokkene 1] , dan wel van daartoe door hen gemachtigde raadslieden, die de wens behelst, of waaruit die wens zou kunnen worden afgeleid, dat vervolging tegen de verdachte van smaad en laster wordt ingesteld met betrekking tot zowel de brief van 17 oktober 2009 aan de minister van Buitenlandse zaken van de VS [betrokkene 4] als de brief van 16 juli 2010 aan de Stichting Persvrijheidsfonds. Het strafdossier is onmiskenbaar geënt en toegespitst op de wens tot vervolging van de verdachte ter zake van diens uitlatingen over de vader van [betrokkene 1] . De uitgebreide correspondentie, de aangiftes, de klachtformulieren en de artikel 12-procedure getuigen hiervan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 56507 tot 57388.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1 | shasum -a 256