Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:375.
34. De vierde klacht, waaruit overigens blijkt dat de verdachte tijdig kennis droeg van de inhoud van de brief van de deken, houdt in dat de verdachte op de terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard dat hij met “veroordeeld wegens de smokkel van een Rembrandt” niet op een strafrechtelijke veroordeling, maar op een veroordeling in belastingtechnische zin doelde en dat het hof heeft nagelaten te reageren op die verklaring en aldus de juistheid van die verklaring in het midden heeft gelaten. Dit onderdeel van het middel faalt reeds omdat de appelrechter niet gehouden is te beslissen op verweren die in eerste aanleg zijn gevoerd, maar in hoger beroep niet zijn herhaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 65396 tot 66157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1 | shasum -a 256