Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:375.
Volgens het klaagschrift heeft de maatschap [A] Advocaten bij brief van 24 maart 2006 de vraag aan de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam voorgelegd of daarvan aangifte moest worden gedaan of dat het zin zou hebben dat de deken [verdachte] en [betrokkene 12] zou oproepen. Bij brief van 27 maart 2006 antwoordde de deken dat de inhoud van de sideletter naar chantage riekt en dat de maatschap zou kunnen besluiten aangifte te doen indien het kantoor mocht menen dat [verdachte] hier een grens had overschreden, maar dat het misschien zinvol zou zijn voorlopig maar even niets te doen en af te wachten hoe deze zaak zich verder zou ontwikkelen. Het gaat hierbij om de afdreiging-zaak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 29362 tot 30087.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1 | shasum -a 256