Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:375.
9. Ik noem in de eerste plaats het schrijven van 28 oktober 2009 waarin [betrokkene 12] aan de officier van justitie het verzoek doet om de brief die de verdachte aan de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten Hillary Clinton heeft gericht, te voegen bij de stukken die ad informandum aan het rechtsbankdossier zullen worden gevoegd. Uit de stukken van het geding blijkt dat te dezen aanvankelijk werd gedacht aan een voeging ad informandum, maar dat bij gebreke van een gave bekentenis van de verdachte er uiteindelijk voor is gekozen de brief als punt 4 in de tenlastelegging op te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 31463 tot 32129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fd7dc41875810ffdc9ed5fb60ae0c45bcf42e3c382f1c28c1e535455967a9d1 | shasum -a 256