Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:379.
“Het hof is, met de raadsman en de advocaat-generaal, van oordeel dat er geen wettig bewijs is dat de verdachte opzet in onvoorwaardelijke zin had op de dood van de slachtoffers, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Wel acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in voorwaardelijke zin opzet had op de dood van de slachtoffers. Dit opzet op de dood is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de dood zal intreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e19c026f847889caa59cfa14ff11a216aaab3a627b5415891fa62d8b72f9e39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e19c026f847889caa59cfa14ff11a216aaab3a627b5415891fa62d8b72f9e39, en de alinea staat in dat document op bytes 8449 tot 8954.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e19c026f847889caa59cfa14ff11a216aaab3a627b5415891fa62d8b72f9e39 | shasum -a 256