Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 5.7. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:379.
In het genoemde overzichtsarrest stelt de Hoge Raad zoals wij zagen dat het met kracht toebrengen van een diepe, potentieel dodelijke steekwond “in beginsel” niet in verhouding staat tot een aanval met blote handen of met een vuist. Daaruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat het gericht schieten op een ongewapende aanvaller waarvan in de onderhavige zaak sprake is in beginsel eveneens in een wanverhouding staat tot de aanval, zodat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. Mij lijkt dat te kort door de bocht. Veel hangt af van de omstandigheden van het geval, waarvoor de door de Hoge Raad gekozen bewoordingen (“in beginsel”) de ruimte laten. In zijn standaardarrest verwijst de Hoge Raad in een voetnoot naar HR 8 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5982, NJ 2008/233. In dat arrest ging het heel kort gezegd om een ordinaire vechtpartij waarop een ruzie tijdens een feestje was uitgelopen. Het hof had daarbij overwogen dat de verdachte zich ook met blote handen had kunnen verdedigen. De omstandigheden in het onderhavige geval liggen geheel anders. De verdachte wordt in zijn eigen woning van zijn vrijheid beroofd door twee mannen die een met de bouw van een hennepkwekerij verband houdend betalingsgeschil ‘goedschiks of kwaadschiks’ komen oplossen. Gelet op de gewelddadige wijze waarop geldvorderingen in het criminele milieu geïnd plegen te worden, moest de verdachte het ergste vrezen als hij weigerde om te betalen. Dat niet bleek dat de mannen gewapend waren, doet daaraan mijns inziens niet af. Een “gorilla” (zoals [slachtoffer 1] door de verdachte werd omschreven) kan ook met blote handen iemand vreselijk toetakelen. Dat nog geen geweld was gebruikt, maakt het mijns inziens evenmin anders, aangezien eerst werd gepoogd de vordering ‘goedschiks’ te innen. Dat de verdachte – destijds een man van bijna 74 jaar – zich wel met blote handen tegen de beide mannen zou kunnen verdedigen, is bij dit alles – anders dan in de genoemde zaak (NJ 2008/233) – weinig aannemelijk. De verdachte moest het bij de worsteling die ontstond, afleggen zonder dat er een klap viel. Dat lijkt mij tekenend voor de krachtsverhoudingen. Ik merk voorts op dat de verdachte niet onmiddellijk schoot toen hij daartoe de kans kreeg. De verdachte volstond aanvankelijk met het bedreigen van de beide mannen met het vuurwapen. Pas toen de mannen geen gehoor gaven aan zijn sommatie de woning te verlaten en toen [slachtoffer 1] ondanks die bedreiging op hem af kwam en hem dicht was genaderd, heeft de verdachte (die geen kant op kon) een schot gelost. Wat moest hij anders?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e19c026f847889caa59cfa14ff11a216aaab3a627b5415891fa62d8b72f9e39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e19c026f847889caa59cfa14ff11a216aaab3a627b5415891fa62d8b72f9e39, en de alinea staat in dat document op bytes 42980 tot 45602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e19c026f847889caa59cfa14ff11a216aaab3a627b5415891fa62d8b72f9e39 | shasum -a 256