Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Onder 5.8. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:379.

Een vergelijking kan worden gemaakt met de zaak die aan de orde was in HR 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2867. In deze zaak was door het hof – kort gezegd – het volgende vastgesteld. In de bovenwoning van de verdachte is sprake geweest van een wederrechtelijke aanranding van de verdachte door de aangever die ‘verhaal wilde halen’, waarbij de aangever de verdachte een pistool heeft laten zien. De verdachte moest vervolgens met de aangever mee de trap af naar beneden. Buiten gekomen is de verdachte opnieuw beetgepakt en gesommeerd in een auto plaats te nemen, waarop een worsteling volgde. Het hof oordeelde dat de verdachte de grenzen van de noodzakelijke verdediging had overschreden door zich met een mes te verdedigen tegen iemand die hem met zijn handen vastpakte. De Hoge Raad oordeelde dat, gelet op de door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden, de verwerping van het beroep op noodweer niet zonder meer begrijpelijk was. Dat de aangever in deze zaak met een pistool was gewapend, lijkt mij geen doorslaggevend verschil. [slachtoffer 2] had dan mogelijk geen pistool meegenomen, maar wel een “gorilla”. Daartegen valt eveneens weinig uit te richten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e19c026f847889caa59cfa14ff11a216aaab3a627b5415891fa62d8b72f9e39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e19c026f847889caa59cfa14ff11a216aaab3a627b5415891fa62d8b72f9e39, en de alinea staat in dat document op bytes 45718 tot 46916.