Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017
Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:38.
Subonderdeel 1.1 richt zich meer in het bijzonder op de rov. 9.3 en 9.4 waarin de artikelen 14 en 15 van de tussen [verweerder] en zijn broer gesloten overeenkomst tot het aangaan van een vennootschap onder firma aan de orde is. Het subonderdeel stelt dat in genoemde bepalingen ligt besloten dat voor betaling van een waardevergoeding een nader rechtsfeit, rechtshandeling of wilsuiting is vereist in die zin dat er sprake moet zijn van beëindiging van de vennootschap om enige andere reden dan het overlijden van een vennoot en dat het hof heeft vastgesteld dat de vennootschap is beëindigd door ontbinding. Het subonderdeel klaagt vervolgens dat het hof, door (impliciet) te oordelen dat de waardevergoeding die [verweerder] verschuldigd zou kunnen zijn aan [betrokkene 2] als gevolg van de beëindiging van de vof per 30 november 2008, onder het door [eiseressen] op 5 oktober 2004 gelegde beslag valt, blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90f890905c14ac7d1757b87a23c3f0f350e9f0dfbf178b3282d42f29c6618e44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90f890905c14ac7d1757b87a23c3f0f350e9f0dfbf178b3282d42f29c6618e44, en de alinea staat in dat document op bytes 12341 tot 13361.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90f890905c14ac7d1757b87a23c3f0f350e9f0dfbf178b3282d42f29c6618e44 | shasum -a 256