Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:38.

In het geding na cassatie en verwijzing zal, aan de hand van de door [verweerder] in het geding gebrachte financiële stukken en met inachtneming van de antwoordakte van [eiseressen] opnieuw dienen te worden beoordeeld of [verweerder] en/of de vof op 5 oktober 2004 iets aan [betrokkene 2] schuldig waren of daarna op basis van de toen bestaande rechtsverhouding schuldig zijn geworden dan wel op die datum iets van [betrokkene 2] onder zich hadden. De vraag of daarbij is voldaan aan het criterium van art. 475 Rv komt dan als gevolg van de verplichting van de rechter om ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen (eventueel ook nog) aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90f890905c14ac7d1757b87a23c3f0f350e9f0dfbf178b3282d42f29c6618e44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90f890905c14ac7d1757b87a23c3f0f350e9f0dfbf178b3282d42f29c6618e44, en de alinea staat in dat document op bytes 24103 tot 24764.