Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:38.

Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 17 december 1993 heeft overwogen kan een vennoot tijdens de duur van de vennootschap niet vrijelijk beschikken over zijn aandeel in de in een vennootschap ingebrachte goederen en vormen de in een vennootschap onder firma ingebrachte goederen een afgescheiden vermogen dat slechts dient als verhaalsobject voor de schuldeisers van de vennootschap. Het voorgaande was ook opgenomen in het ingetrokken voorstel van wet tot vaststellingen van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek. Het eerste lid van art. 806 lid 1 van dat wetsvoorstel bepaalde dat bij een vennootschap die geen rechtspersoon is een vennoot niet kan beschikken over zijn aandeel in een bepaald tot de vennootschappelijke gemeenschap behorend goed en dat zijn schuldeisers een dergelijk aandeel niet kunnen uitwinnen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90f890905c14ac7d1757b87a23c3f0f350e9f0dfbf178b3282d42f29c6618e44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90f890905c14ac7d1757b87a23c3f0f350e9f0dfbf178b3282d42f29c6618e44, en de alinea staat in dat document op bytes 39748 tot 40821.