Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 5.9. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:385.
Samengevat blijkt uit het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1] dat hij zich niet meer op zijn verschoningsrecht kon beroepen en op vragen van de raadsheer-commissaris heeft gezegd dat hij bereid is een verklaring af te leggen. Ik ben het met de steller van het middel eens dat uit hetgeen daarna is gevolgd, blijkt dat [betrokkene 1] zich eigenlijk alleen nog maar zijn eigen personalia wist te herinneren en op alle vragen, die ertoe strekten zijn betrouwbaarheid en de geloofwaardigheid van de door hem afgelegde belastende verklaringen te onderzoeken, het antwoord schuldig bleef omdat hij zich niets meer herinnerde. Ook op de vraag of hij indertijd bij de politie in Duitsland naar waarheid heeft verklaard, zegt hij dat hij dat niet meer weet. Er stond hem alleen nog bij dat er een vader en zoon [verdachte] waren. Op grond hiervan betoogt de steller van het middel dat de verdediging het ondervragingsrecht niet adequaat en effectief heeft kunnen uitoefenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9, en de alinea staat in dat document op bytes 47225 tot 48213.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9 | shasum -a 256