Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 5.10. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:385.
De vraag die moet worden beantwoord is, of zich hier een geval voordoet dat op gelijke lijn kan worden gesteld met een situatie waarin een getuige weigert vragen te beantwoorden en daarbij een beroep doet op zijn verschoningsrecht. In dat verband is een arrest van de Hoge Raad van 19 april 2016 van belang waarin de getuigen die op verzoek van de verdediging werden ondervraagd zich niet meer alles wisten te herinneren. Het ging in die zaak om een aantal inbraken, waarbij de getuigen (voornamelijk medeverdachten) op relevante onderdelen van de bewezenverklaring – zoals de gepleegde diefstallen – wél een antwoord op vragen hadden kunnen geven, maar zich details – zoals wat er precies gestolen was – niet meer wisten te herinneren. De verdediging had zich op het standpunt gesteld dat uit de jurisprudentie van het EHRM moet worden afgeleid dat uit art. 6 lid 1 en lid 3 EVRM het recht voortvloeit dat ‘de verdediging elke vraag moet kunnen (doen) stellen, terwijl die vragen ook beantwoord moeten worden’. In mijn aan die uitspraak voorafgaande conclusie heb ik over dat standpunt het volgende opgemerkt :
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9, en de alinea staat in dat document op bytes 48299 tot 49563.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9 | shasum -a 256