Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017

Onder 7.8. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:385.

In dit verband kan worden vooropgesteld dat de bewijsmiddelen 6 en 17 inhouden dat de xtc vanuit Nederland naar Duitsland is getransporteerd. In cassatie wordt niet bestreden dat uit de bewijsvoering van het hof kan volgen dat de verdachte wist dat de motorblokken met daarin xtc-pillen vanuit Duitsland naar Australië zouden worden vervoerd. Bewijsmiddel 17 houdt in dat ‘opa’ ( [betrokkene 3] , de vader van de verdachte) het adres heeft waar de tabletten moeten worden afgeleverd, dat de verdachte weet waar hij de spullen moet ophalen, dat de verdachte en ‘opa’ samenwerken, dat de verdachte wist wat er in de motoren zat en dat de verdachte fl. 1,50 per pil zou krijgen. In het licht van de door het hof vastgestelde samenwerking tussen de verdachte en zijn vader en gelet op hetgeen de algemene ervaring leert over de wetenschap van degenen die nauw bij een dergelijk transport van verdovende middelen zijn betrokken, heeft het hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat de verdachte wist dat de xtc, die vanuit Duitsland naar Australië zou worden vervoerd, eerst vanuit Nederland naar Duitsland was vervoerd. In aanmerking genomen dat niet blijkt dat dienaangaande ter terechtzitting van het hof verweer is gevoerd, was het hof niet gehouden tot een nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9, en de alinea staat in dat document op bytes 74379 tot 75680.