Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 8.2. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:385.
Het hof ziet in de verstreken tijd sinds genoemd arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2006 geen reden om de straf verder te matigen, nu dit tijdsverloop inherent is aan de gevolgde procedure bij het Europese Hof. Sinds de beslissing van het EHRM op 10 juli 2012 is naar het oordeel van het hof de nodige voortvarendheid betracht in de herzienings- en verwijzingsprocedure. De Hoge Raad heeft, na indiening van de aanvraag tot herziening op 8 november 2012, binnen 7 maanden (op 4 juni 2013) op die aanvraag beslist. De verstreken tijd van 2 jaar en bijna 5 maanden voor de behandeling bij dit hof is, gelet op de door de raadsheer-commissaris gehouden verhoren, waaronder het verhoor van de verdachte middels een rogatoire commissie in Australië, niet onredelijk lang.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9, en de alinea staat in dat document op bytes 82668 tot 83451.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9 | shasum -a 256