Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 8.3. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:385.
Bij de beantwoording van de vraag of de redelijke termijn is overschreden, worden normaal gesproken de uitgangspunten gehanteerd die de Hoge Raad heeft geformuleerd in zijn standaardarrest van 17 juni 2008. In de onderhavige zaak doet zich de procedurele bijzonderheid voor dat de Hoge Raad een aanvraag tot herziening gegrond heeft verklaard die was gebaseerd op rechtsherstel na een door het EHRM vastgestelde schending van art. 6 EVRM, zoals bedoeld in art. 457, eerste lid, onder b, Sv. Dit heeft geleid tot een nieuwe feitelijke behandeling van de zaak door het hof ’s-Hertogenbosch. Het hof heeft op 28 oktober 2015 uitspraak gedaan. Uiteindelijk heeft de totale behandeling van de zaak, de behandeling door het EHRM daarbij inbegrepen, circa veertien jaar geduurd. Voor deze bijzondere situatie biedt het genoemde standaardarrest geen uitgangspunten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9, en de alinea staat in dat document op bytes 83535 tot 84472.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9 | shasum -a 256