Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Onder 8.7. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:385.
Voor het oordeel van het hof dat geen rekening dient te worden gehouden met de periode die was gemoeid met de klachtprocedure in Straatsburg pleit dat de nationale strafprocedure gedurende die tijd niet liep. Van een behandeling door de nationale instanties was op dat moment geen sprake en dus ook niet van een ‘niet voortvarende’ behandeling. Bovendien kan men zich afvragen of gedurende de Straatsburgse procedure, toen de nationale rechtsgang was geëindigd met een onherroepelijke uitspraak van de hoogste nationale rechter, nog wel sprake was van een criminal charge als bedoeld in art. 6 EVRM. Betoogd zou kunnen worden dat de criminal charge pas is gaan herleven met de gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening, zodat de tussenliggende periode niet dient te worden betrokken bij de vraag of de redelijke termijn is overschreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9, en de alinea staat in dat document op bytes 86341 tot 87202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9 | shasum -a 256