Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017

Onder 8.8. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:385.

Toch zou ik hier een lans willen breken voor hetgeen hierover in het middel wordt aangevoerd, namelijk dat de bijzondere omstandigheden van de zaak in dit geval met zich brengen dat de totale duur van het geding, inclusief het Straatsburgse traject, zodanig lang is geweest, dat daarmee de redelijke termijn is overschreden en dat dit niet reeds verdisconteerd is in het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2006. In het geheel geen rekening houden met de duur van de Straatsburgse procedure lijkt me namelijk niet redelijk. Dat er tussen de eerste uitspraak van de Hoge Raad en de gegrondverklaring van de herzieningsuitspraak formeel gezien geen sprake is geweest van een criminal charge, is wat mij betreft een argument dat geen recht doet aan de werkelijke situatie, namelijk dat het nog steeds gaat om een definitieve beslissing op een vervolging die bijna 15 jaren geleden is gestart.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9, en de alinea staat in dat document op bytes 87287 tot 88188.