Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017

Onder 8.8. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:385.

Verder zou naar mijn mening moeten worden meegewogen dat het EHRM in onderhavige zaak heeft vastgesteld dat er sprake is geweest van een schending van art. 6 EVRM en niet zonder meer gesteld kan worden dat de Nederlandse regering op de duur van de procedure in Straatsburg geen enkele invloed heeft kunnen uitoefenen. Uit de uitspraak van het EHRM blijkt dat na de indiening van de klacht op 17 juli 2006 door de verdachte, de zaak op 15 januari 2009 aan de Nederlandse regering is gecommuniceerd. Het is vaste praktijk dat er dan vervolgens ook de mogelijkheid tot het aangaan van een schikking beproefd wordt. Nederland had toen bijvoorbeeld door een zogenaamde ‘unilateral declaration’ in de zin van art. 37 lid 1 sub c EVRM, kunnen toegegeven dat er een schending van art. 6 EVRM heeft plaatsgevonden en de zaak op een eerder moment kunnen beëindigen dan 10 juli 2012, de dag dat het EHRM arrest wees.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb1072db2ca55696cc860ddad67b6b0f4ef63448e4641769f4899a07bdbf5a9, en de alinea staat in dat document op bytes 88198 tot 89250.