Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 10.2. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

In de nacht van zaterdag 3 juli op 4 juli 1993, bevond ik mij samen met een vriend van mij genaamd [getuige 1] op het adres van mijn vader aan de [f-straat 1] te Breda. We hebben de gehele avond binnen doorgebracht in gezelschap van mijn vader. Omstreeks 02:30 uur zijn we naar buiten gegaan met medenemen van onze hond om een luchtje te scheppen. We namen plaats in het bushokje gelegen aan de Marialaan welk ligt ter hoogte van de [b-straat 1] . We hadden ter plaatse zicht op de kruising van de Marialaan met de [b-straat 1] . We hebben daar gezeten tot ongeveer 04:30 uur. We zijn in die tijd niet uit het hokje geweest. Tijdens ons verblijf aldaar is er slechts een enkele maal een auto door de Marialaan gekomen waarvan ik me geen merk of kleur kan herinneren. Ik heb geen fietsers of wandelaars gezien. Er is me niets bijzonders opgevallen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 78776 tot 79637.