Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 10.3. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

“De hiervoor onder 5.4 weergegeven verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] stellen de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [Jenny L.] , [Jane H.] en [Carien N.] in een ander licht. Immers, zouden [getuige 1] en [getuige 2] in de nacht van 3 op 4 juli 1993 tussen ongeveer 02.30 uur en 04.30 uur vanuit het bushokje waarin zij zich bevonden, inderdaad — zoals hiervoor onder 5.5 is vermeld — zicht hebben gehad op hetgeen in de onmiddellijke omgeving van de voorzijde van restaurant de [de P.] gebeurde en in dat tijdvak niets bijzonders hebben gezien en slechts enkele auto's hebben zien voorbijrijden, dan schijnen deze door [getuige 1] en [getuige 2] afgelegde verklaringen niet bestaanbaar te zijn met de tot bewijs gebezigde verklaringen van [Jenny L.] , [Jane H.] en [Carien N.] . op grond waarvan — naar moet worden aangenomen — in de zaken tegen alle betrokkenen is vastgesteld dat zich de hiervoor onder 5.7.1 samengevatte feiten hebben voorgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 80229 tot 81219.