Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 10.9. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.
Of de later bij de CEAS en de raadsheer-commissaris afgelegde verklaringen van vader en zoon [getuige 2] met terugwerkende kracht ‘gerede twijfel’ aan het waarheidsgehalte van de eerdere verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] kunnen opleveren lijkt me, gelet op het eerder genoemde tijdsverloop van 17 resp. 22 jaar na dato een bijzonder hachelijke vaststelling. Toch heeft het hof zich daaraan gewaagd. Een eerste punt dat daarbij opvalt is dat de verklaring van [getuige 1] daarbij grotendeels buiten beschouwing blijft bij het hof. Deze heeft niet in een later stadium, bij de CEAS of bij de raadsheer-commissaris, een nadere verklaring kunnen afleggen, vanwege medische problemen. Wellicht heeft het hof op dit punt (wederom) geredeneerd dat nu een bevestiging van diens verklaring is uitgebleven, niet ‘met zekerheid’ kan worden vastgesteld dat hij in de betreffende nacht op de door hem genoemde tijdstippen in het bushokje heeft verbleven. Aan de aannemelijkheid van zijn eerdere verklaring doet het feit dat hij zoveel jaren later niet is kunnen worden gehoord echter niet toe- of af. Bij vergelijking van zijn verklaring met de verkorte weergave daarvan door het hof valt bovendien op te merken dat [getuige 1] in zijn verklaring, waarnaar het hof voetnootsgewijs verwijst en die hierboven onder 10.2 is geciteerd, omtrent de tijdstippen waarop hij met [getuige 2] in het bushokje verbleef iets specifieker is dan het hof weergeeft: hij weet zoals het hof terecht aanhaalt niet precies hoe laat zij weer thuis waren, maar hij heeft wel verklaard dat zij om 02.30 uur naar buiten gingen en ‘enkele uren’ in het bushokje hebben gezeten. Grosso modo zouden zij daar dan dus tot 04.30 uur moeten hebben gezeten, maak ik daar uit op. Voorts is in de verklaring van [getuige 1] geen aanwijzing te vinden dat (ook) hij zich in de datum zou hebben vergist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 93049 tot 94937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded | shasum -a 256