Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 10.15. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

In ‘s hofs gewraakte overweging ligt het oordeel besloten dat de beide getuigen, ook al hadden ze in die nacht in het bushokje ter plaatse twee uur doorgebracht, tot 04.00 uur niets van belang voor de beoordeling van de zaak bij het restaurant hebben kunnen waarnemen. Daarmee wordt echter miskend door het hof, dat uit de gebezigde bewijsmiddelen voortvloeit dat ruim voor 04.00 uur wel degelijk diverse activiteiten van de verdachten waarneembaar zouden kunnen zijn geweest, zoals in ieder geval het vanaf 02.00 uur door vier verdachten met de auto wachten voor het restaurant. Voorts sluit de conclusie van het hof, dat het niet onaannemelijk is dat de beide getuigen zich na 04.00 uur niet meer in het bushokje bevonden niet uit, dat zij zich daar nog wel degelijk tot 04.30 uur ophielden, zoals zij oorspronkelijk hadden verklaard. Tenslotte berust ook de ‘vaststelling’ van het hof dat het onaannemelijk zou zijn dat zij al om 04.00 uur waren vertrokken op drijfzand, te weten de latere door tijdsverloop gebrekkige herinneringen van vader en zoon [getuige 2 en betrokkene 5] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 104107 tot 105222.