Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 11.27. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

Overigens heeft het hof, ter adstructie van de omstandigheid dat het bloedspoor (evident) niet delict-gerelateerd zou zijn, nog overwogen dat, indien de druppel toch als gedroogd zou moeten worden aangemerkt, deze mogelijk de avond tevoren kan zijn achtergelaten door twee op 3 juli 1993 in het restaurant werkzame Zuidoost-Aziatische keukenmedewerkers waarvan het DNA - kennelijk - niet is vergeleken met het bloedspoor. Dit door het hof geopperde scenario laat in beginsel de mogelijkheid open dat de verdachten de daders waren, maar aangezien niet met zekerheid is vastgesteld in hoeverre het bloedspoor was ingedroogd en welke betekenis daar aan kan worden ontleend, kunnen in het scenario zoals door het hof geschetst de genoemde medewerkers evengoed de daders van het delict zijn. Ook in dit scenario blijft het bloedspoor een aanwijzing dat een onbekende Zuidoost-Aziatische man op de plaats delict is geweest en daar op een moment een spoor heeft achtergelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 169683 tot 170665.