Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.5. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

Bewijsuitsluiting kan als een op grond van art. 359a lid 1 Sv voorzien rechtsgevolg uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en komt slechts in aanmerking indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de wettelijke beoordelingsfactoren van art. 359a lid 2 Sv en de omstandigheden van het geval. Met het oog op die factoren mag van de verdediging die een beroep doet op schending van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv worden verlangd dat duidelijk en gemotiveerd aan de hand van die factoren wordt aangegeven tot welk rechtsgevolg dit dient te leiden; alleen op een zodanig verweer is de rechter gehouden een met redenen omklede beslissing te geven (r.o. 3.7 van NJ 2004, 376). Het primaire verzoek van de raadsman tot bewijsuitsluiting op de voet van art. 359a lid 2 Sv voldoet niet aan deze eisen. Het hof heeft (daarom) kennelijk en niet onbegrijpelijk het standpunt van de verdediging niet opgevat als een beroep op een van de rechtsgevolgen zoals bedoeld in art. 359a Sv, maar als een beroep op een eventueel (vorm) verzuim in het vooronderzoek waardoor de betrouwbaarheid van het verkregen onderzoeksmateriaal wezenlijk is beïnvloed en dat reeds om die reden door de rechter buiten beschouwing moet worden gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 179481 tot 181071.