Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.13. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

De steller van het middel meent, zo begrijp ik, dat de verklaringsvrijheid van de vrouwen in het onderhavige geval was beperkt door hun persoon; volgens de geraadpleegde deskundigen waren zij ten tijde van de politieverhoren in 1994 zodanig ‘compliant’ en ‘suggestibel’, dat aannemelijk is dat zij hebben verklaard wat de politie wilde horen en dat zij zodoende onder druk een valse bekentenis hebben afgelegd. Het hof heeft volgens de steller van het middel aan de onderzoeksbevindingen een conclusie verbonden die daarin niet kan worden gelezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 211061 tot 211629.