Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 4.1.1 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

Door de verdediging is - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de verklaringen van de vrouwelijke verdachten niet op alle onderdelen overeenkomen, en ook elementen bevatten die niet waarschijnlijk of zelfs onmogelijk zijn. In het bijzonder is daarbij gerefereerd aan de verklaring van [Jenny L.] over het door haar en de mannelijke verdachten voor de deur van het restaurant wachten op [Jane H.] en [Carien N.] , de uiteenlopende verklaringen van de vrouwelijke verdachten over de wijze waarop het slachtoffer zou zijn opgehaald en over de daarbij gevolgde route, alsook hun uiteenlopende verklaringen over de geweldsuitoefening op het slachtoffer. Ook is aangevoerd dat deze verklaringen ongeloofwaardig zouden zijn in het licht van getuigenverklaringen. In het bijzonder is daarbij aandacht gevraagd voor het feit dat niemand in de buurt iets van het delict of de daaraan voorafgaande gebeurtenissen heeft bemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 218784 tot 219713.