Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 13.7. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.
“(…). Op een zeker moment belde [getuige 4] naar mijn vader met de boodschap dat ik nog een gedeelte van een telefoonrekening moest betalen. Mijn vader zei tegen haar dat hij het mij door zou geven. Onmiddellijk hierna belde een zekere [Anil B.] en hij dreigde mijn vader dat hij hem voor zijn kop zou schieten en de ruiten uit zijn woning zou schieten, als mijn vader of ik niet vlug met geld over de brug zouden komen. Mijn vader hoorde op de achtergrond bij deze bedreiging de hem bekende blaf van mijn hond, die nog bij [getuige 4] verbleef op de [c-straat 1] . Dit moet geweest zijn in de week van 27 juni 1993/4 juli 1993. Hieruit trek ik de conclusie dat [Anil B.] vanaf deze tijd zeker al op de [c-straat 1] kwam. (…)”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 242328 tot 243076.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded | shasum -a 256