Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 15.3. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.
Ter terechtzitting in eerste aanleg van de arrondissementsrechtbank te Breda d.d. 19 oktober 1994 is geen alibiverweer gevoerd door zijn toenmalige raadsman mr. Drenth, en heeft [Appie T.] niet meer verklaard dan dat hij zich herinnert die nacht in de stad te zijn geweest. Bij gelegenheid van zijn interview in het kader van het CEAS-onderzoek in 2009 heeft [Appie T.] aangegeven dat hij zich ten tijde van het politieonderzoek niet kon herinneren waar hij in de nacht van 3 op 4 juli 1993 was geweest en geeft hij aan dat hij vermoedt bij zijn broer te zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 248492 tot 249073.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded | shasum -a 256