Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 15.3. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

de vermelding in haar dagboek dat zij en [Appie T.] die nacht verkering kregen. [betrokkene 12] , destijds in 1994 de vriendin van [Appie T.] , heeft daarentegen in haar CEAS-interview aangegeven dat [Appie T.] haar weliswaar had verteld dat hij onschuldig was, maar dat hij niet had verteld waar hij in die bewuste nacht was geweest en ook overigens tegenover haar nooit had verteld dat hij een alibi had. [betrokkene 13] , een vriendin van [betrokkene 10] , heeft verklaard dat zij voor wat betreft haar datering van de verkering tussen [Appie T.] en [betrokkene 10] steeds het dagboek van [betrokkene 10] tot uitgangspunt heeft genomen en dat zij [betrokkene 10] pas later in juli 1993 leerde kennen. Ook [betrokkene 10] heeft verklaard dat zij [betrokkene 13] op 3-4 juli 1993 nog niet kende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 251616 tot 252425.