Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 19.5. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387.

Het hof heeft geen afzonderlijke bewijsoverweging gewijd aan het medeplegen. Gelet echter op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, heeft het hof daaruit zonder meer kunnen afleiden, dat de mannelijke verdachten nauw en bewust hebben samengewerkt bij de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van het delict in de vorm en met de gevolgen zoals bewezenverklaard. Nu in dit geval het tenlastegelegde ‘in vereniging’ in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, is, anders dan de steller van het middel meent, een afzonderlijke bewijsoverweging om dat medeplegen nader te motiveren, niet noodzakelijk. Evenmin behoefde (het gewicht van) de afzonderlijke feitelijke bijdrage van de verdachte aan het delict nader gepreciseerd te worden in de bewijsvoering, nu het hof heeft kunnen vaststellen dat de verdachte en zijn mededaders zodanig nauw en volledig hebben samengewerkt, dat ieder aansprakelijk is ook voor de daden die hij niet zelf, maar zijn mededaders hebben verricht. Het oordeel van het hof, dat sprake is van, kort gezegd, het medeplegen van gekwalificeerde doodslag, geeft daarom geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. De bewezenverklaring is op het punt van het medeplegen aldus toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b72f576f7b94bad71dde43b0e7f3f92d66bac0fd8fcb6938685faad6a76a0ded, en de alinea staat in dat document op bytes 308220 tot 309496.