Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 11.27. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:391.
Overigens heeft het hof, ter adstructie van de omstandigheid dat het bloedspoor (evident) niet delict-gerelateerd zou zijn, nog overwogen dat, indien de druppel toch als gedroogd zou moeten worden aangemerkt, deze mogelijk de avond tevoren kan zijn achtergelaten door twee op 3 juli 1993 in het restaurant werkzame Zuidoost-Aziatische keukenmedewerkers waarvan het DNA - kennelijk - niet is vergeleken met het bloedspoor. Dit door het hof geopperde scenario laat in beginsel de mogelijkheid open dat de verdachten de daders waren, maar aangezien niet met zekerheid is vastgesteld in hoeverre het bloedspoor was ingedroogd en welke betekenis daar aan kan worden ontleend, kunnen in het scenario zoals door het hof geschetst de genoemde medewerkers evengoed de daders van het delict zijn. Ook in dit scenario blijft het bloedspoor een aanwijzing dat een onbekende Zuidoost-Aziatische man op de plaats delict is geweest en daar op een moment een spoor heeft achtergelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4ec219b7b978647b97e98a7f50586f43dff7352f1bbb343bd7c5411f424a0c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4ec219b7b978647b97e98a7f50586f43dff7352f1bbb343bd7c5411f424a0c1, en de alinea staat in dat document op bytes 169385 tot 170367.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4ec219b7b978647b97e98a7f50586f43dff7352f1bbb343bd7c5411f424a0c1 | shasum -a 256