Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 11.3. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393.

Derhalve is het hof, nu ook anderszins niet is gebleken van feiten of omstandigheden die een concrete aanwijzing zouden kunnen zijn om de delictgerelateerdheid van de bloeddruppel (en de bloedveeg van dezelfde donor) aan te nemen, van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat genoemde bloeddruppel en bloedveeg een relatie hebben met het onderhavige misdrijf. Daaruit volgt dat het aantreffen van voormelde bloeddruppel en bloedveeg door het hof evenmin als een aanwijzing wordt beschouwd voor de juistheid van de stelling dat een ander of anderen het misdrijf heeft of hebben gepleegd, waarvan de verdachte en de medeverdachten worden verdacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6, en de alinea staat in dat document op bytes 125018 tot 125680.