Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 11.7. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393.

Voor zover het middel klaagt dat het hof ten onrechte is voorbij gegaan aan een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt met betrekking tot het tijdstip van overlijden, geldt het volgende. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting op 17 en 18 september 2015 heeft mr. Knoops aldaar het woord gevoerd aan de hand van zijn pleitnota. Deze bevat op p. 28 het standpunt, dat geenszins als een vaststaand forensisch gegeven kan worden beschouwd dat het tijdstip van overlijden van het slachtoffer is gelegen tussen 04.15 uur en 08.15 uur. De raadsman heeft zich daarbij gebaseerd op het rapport van de forensisch patholoog dr. F. van de Goot, voor zover inhoudende dat ‘op grond van dergelijke zeer beperkte informatie geen enkele uitspraak te doen is over de post mortale periode. Iedere poging kan alleen maar leiden tot valse zekerheid, zelfs als deze zekerheid met terughoudendheid wordt betracht’. Het hof is afgeweken van dit standpunt door de betwiste bevindingen van de lijkschouwer zonder meer tot het bewijs te bezigen. De vraag is of de klacht kan slagen. Ik meen van niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6, en de alinea staat in dat document op bytes 133848 tot 135013.