Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.14. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte in samenhang met het politieverhoor is het volgende van belang. Verklaringsvrijheid in de zin van art. 29 Sv houdt in dat de verdachte te allen tijden in staat moet zijn om zich behoorlijk rekenschap te geven van de inhoud van zijn verklaring en de gevolgen daarvan. In geval de vrijheid om de wil te bepalen ten aanzien van hetgeen wel of niet wordt verklaard, wordt beïnvloed door bijvoorbeeld de fysieke of psychische gesteldheid, is mogelijk de verklaringsvrijheid aangetast. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt evenwel, dat niet snel wordt aangenomen dat een verdachte in een zodanig slechte geestelijke of lichamelijke toestand verkeert, dat hij reeds daarom niet in staat wordt geacht in vrijheid zijn wil te bepalen en te verklaren. Ook in geval van een door deskundigen als ‘buitengewoon volgzaam’ aangemerkt persoon bleef het oordeel van het hof, dat indringend verhoren in combinatie met de persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte niet in strijd was met het pressieverbod, in stand. Bovendien kan de uitkomst van een onderzoek aan de persoon nooit meer opleveren dan een deskundige schatting, een indicatie van de kans dat betrokkene door omstandigheden - bijvoorbeeld door ongewone kwetsbaarheid of sturende verhoren - niet naar waarheid heeft verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6, en de alinea staat in dat document op bytes 212078 tot 213617.