Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.15. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393.

In geval een deskundige concludeert dat een verdachte, gelet op de door hem bij die persoon afgenomen test of een afgenomen interview - al dan niet onder specifieke omstandigheden - ‘mogelijk’ bepaald gedrag zoals het afleggen van een valse bekentenis zou kunnen vertonen, dan geeft de deskundige daarmee niet meer of minder aan dan dat hij dergelijk gedrag niet ondenkbaar acht. Het hof heeft met betrekking tot de conclusies van de verschillende deskundigen dan ook kunnen vaststellen, dat een onomstotelijk verband tussen persoonskenmerken zoals inschikkelijkheid of suggestibiliteit en het afleggen van een onware bekentenis op grond van deze bevindingen niet kan worden aangetoond. Het voorgaande brengt mee dat het oordeel van het hof, waarin besloten ligt dat, hoewel uit de afgenomen interviews aanwijzingen naar voren komen dat vooral [Jane H.] en [Carien N.] door hun persoonskenmerken onder omstandigheden mogelijk meer dan gemiddeld gevoelig zijn voor beïnvloeding, deze aanwijzingen niet zodanig sterk zijn dat getwijfeld moet worden aan de wilsvrijheid van de vrouwen en het waarheidsgehalte van hun verklaringen, niet onbegrijpelijk is en toereikend gemotiveerd. Ook dat is een feitelijk oordeel dat in cassatie niet verder kan worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6, en de alinea staat in dat document op bytes 213699 tot 214997.