Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 15.6. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393.
De klacht dat het hof onterecht ‘kennelijk als bewijsmiddel heeft aangenomen dat requirant pas in een later stadium zijn alibi heeft gedeeld met de autoriteiten en dat hij ter terechtzitting niet kon uitleggen waarom hij dit pas in zo’n laat stadium heeft verklaard’, berust naar mijn mening op een onjuiste lezing van het arrest en het hierboven aangehaalde proces-verbaal. In de bedoelde overweging van het hof op p. 41 van het arrest ‘dat geen of onvoldoende grond aannemelijk is geworden voor de late alibi-verklaring’, ligt het niet onbegrijpelijke oordeel besloten, dat de redenen die de verdachte heeft opgegeven voor zijn late alibi-verklaring in hoger beroep - hij heeft er eerst niet over nagedacht en had later niet de beschikking over zijn agenda - onvoldoende overtuigend zijn tegen de achtergrond van de ernst van de beschuldiging en het tijdsverloop sedert de aanhouding. Anders dan het middel wil, is genoemde overweging een onderdeel van ‘s hofs motivering omtrent de aannemelijkheid van het alibi en als zodanig geen ‘bewijsmiddel’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6, en de alinea staat in dat document op bytes 257845 tot 258925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6 | shasum -a 256