Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 16.8. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393.

Vooropgesteld dient te worden, dat de kern van het middel miskent dat het is voorbehouden aan de feitenrechter om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat deze uit het oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. Anders dan de steller van het middel kennelijk meent, is de rechter vrij bij die selectie en waardering van het beschikbare materiaal, hoeft hij die in beginsel niet te motiveren en schendt hij niet de in art. 6 lid 2 van het EVRM verwoorde onschuldpresumptie bij zijn beslissing het beschikbare materiaal ontlastend, belastend of al dan niet betrouwbaar te achten. In zoverre faalt het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6, en de alinea staat in dat document op bytes 282168 tot 282932.