Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 18.3. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393.

De in het middel betwiste overweging maakt onderdeel uit van de weerlegging van een verweer inzake de betrouwbaarheid van het gebezigde bewijsmateriaal. De veronderstelling waar het middel kennelijk van uit gaat, dat de in deze overweging genoemde feiten en omstandigheden redengevend zijn voor de bewezenverklaring en dat als gevolg daarvan in het arrest het wettige bewijsmiddel moet worden aangegeven waaraan die feiten en omstandigheden zijn ontleend, getuigt van een onjuiste lezing van ’s hofs overweging. Voorts lijken mij de feiten waarop het hof zich beroept voldoende algemeen bekend, want uit algemene ervaringsregels en openbare bronnen kenbaar. De klacht dat het hof niet tevoren kenbaar heeft gemaakt zich op dit gegeven te willen beroepen faalt eveneens. Kenmerk van feiten van algemene bekendheid is dat zij geacht worden algemeen bekend te zijn en de procesdeelnemers zich door de verwerking er van door de rechter niet verrast hoeven te voelen. Of dit psychologisch gezien altijd zo werkt is wellicht de vraag, maar als normatief, in het recht geldend uitgangspunt zou ik daaraan toch willen vasthouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcfb8e2fb9b51fbb5709214c977c3f0b82827325c1f6b364a19d8464ae2bce6, en de alinea staat in dat document op bytes 301399 tot 302742.