Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:397.

14. Allereerst wordt het oordeel van het hof niet betwist dat de balanspost crediteuren in de jaarrekeningen te laag zijn opgevoerd, maar wordt de betekenis die het hof heeft gegeven aan de verklaring van verdachte inhoudende dat hij de waarde van het bedrijf zo positief mogelijk wilde presenteren, onbegrijpelijk geoordeeld. Deze of soortgelijke bewoordingen heeft verdachte blijkens zijn als bewijsmiddel 3 voor het bewijs gebezigde verklaring enkele keren gebruikt (p. 253, p. 254 en 258). Kennelijk betreft de klacht de waardering van de bewijsmiddelen. Selectie en waarderingskwesties zijn aan de feitenrechter, tenzij dergelijke kwesties worden ingekaderd in een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Dat laatste wordt niet gesteld en daarvan is ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89, en de alinea staat in dat document op bytes 18383 tot 19164.