Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:397.
16. De bewijsoverwegingen zouden vervolgens innerlijk tegenstrijdig dan wel in elk geval onbegrijpelijk zijn omdat het hof enerzijds heeft overwogen dat verdachte “de balanspost crediteuren in de jaarrekeningen te laag heeft opgevoerd” - hetgeen duidt op vol opzet - terwijl het hof vervolgens concludeert tot voorwaardelijk opzet door te overwegen dat “verdachte zich daarmee willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de jaarstukken vals zouden zijn”. Met de steller van het middel ben ik het eens dat de overwegingen van het hof aangaande de balanspost crediteuren wijzen op vol opzet van de verdachte, en dus niet op voorwaardelijk opzet. Mij ontgaat echter het belang bij dit middel. Tot cassatie kan het niet leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89, en de alinea staat in dat document op bytes 19941 tot 20709.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89 | shasum -a 256