Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:397.
Voorts is het hof van oordeel dat het afgeven van een pandrecht ten bedrage van 150.000 euro voor een schuld van 49.000 euro, door verdachte opgenomen had moeten worden in een toelichting dan wel in een verklaring gevoegd bij deze financiële overzichten. Verdachte had moeten begrijpen dat dat van belang was voor de waarde van de aandelen waarover de verdachte onderhandelde met [betrokkene], mede in het licht van de totale overnameprijs. De verdachte heeft echter verklaard dat hij bij die onderhandelingen de waarde van het bedrijf zo positief mogelijk wilde presenteren. Hieruit leidt het hof af dat de verdachte, door het niet opnemen van het afgegeven pandrecht in een toelichting bij de jaarstukken (zijnde de financiële overzichten), zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de jaarstukken vals zouden zijn. In die zin heeft de verdachte opzettelijk (in voorwaardelijke zin) gebruik gemaakt van geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit (te weten: de waarde van de aandelen van de vennootschap) te dienen als bedoeld in artikel 225, 2e lid, Wetboek van Strafrecht, zodat het verweer wordt verworpen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89, en de alinea staat in dat document op bytes 26480 tot 27653.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89 | shasum -a 256