Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:397.
24. Tot slot klaagt het middel dat het voorwaardelijk opzet van verdachte op de valsheid van de balansen met betrekking tot het niet vermelden van het pandrecht niet uit de bewijsmiddelen kan volgen. Daartoe wordt aangevoerd dat het hof heeft overwogen dat verdachte had moeten begrijpen dat het vermelden van het pandrecht van belang was bij het bepalen van de waarde van de aandelen waarover verdachte onderhandelde met de koper. Dat verdachte had moeten begrijpen is onvoldoende om minstens voorwaardelijk opzet aan te nemen omdat daarvoor nodig is dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard. Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89, en de alinea staat in dat document op bytes 29584 tot 30339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c13ae79e86962bbd2f94f2cd0db81ada17b798ae6f38f43c06b35e73247a0c89 | shasum -a 256