Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 10.10. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

Dan hetgeen het hof aanhaalt omtrent de ‘gerede twijfel’ aan de datum waarop [getuige 2] en [getuige 1] buiten in het bushokje hebben gezeten. Veel meer dan dat de betrokkenen na zoveel jaar twijfelen aan de precieze gang van zaken destijds valt daaruit naar ik meen niet af te leiden. Voor een deel hangt de twijfel met betrekking tot de datum van het verblijf in het bushokje samen met de vraag op welk tijdstip respectievelijk [getuige 2] (de zoon) en [betrokkene 5] (zijn vader) voor het eerst van de fatale gebeurtenissen in het restaurant hadden gehoord. Dat bijvoorbeeld [getuige 2] in 2015 verklaart dat hij ‘niet de sterkste herinnering meer heeft over op welk moment hij hoorde van de moord’ maakt echter niet dat hij op 3 augustus 1993 bij het afleggen van zijn verklaring tegenover de politie over de nacht van 3 op 4 juli 1993 daarvan niet zeker kon zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 94846 tot 95735.