Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 11.10. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

Bij de beoordeling van het middel moet als het gaat om het ‘onder druk’ verklaren het volgende worden vooropgesteld. Het in art. 29 lid 1 Sv vervatte pressieverbod houdt in dat de verhorende ambtenaar zich onthoudt van alles wat de strekking heeft een verklaring te verkrijgen waarvan niet kan worden gezegd dat deze in vrijheid is afgelegd. Verklaringsvrijheid in het strafproces is evenwel enigszins betrekkelijk, in die zin dat de druk die het gevolg is van het verdacht worden, het onderzoek door de politie en de dwangmiddelen die daarmee gepaard gaan, geen inbreuk op art. 29 lid 1 Sv oplevert. Die vorm van druk hoort uit zijn aard bij het strafproces. De vraag wanneer druk ongeoorloofd wordt laat zich niet in algemene zin beantwoorden. In het belang van de waarheidsvinding blijkt dat een indringende ondervraging, herhaaldelijk verhoren, stemverheffing en het voorhouden van bewijsmateriaal en of de verklaringen van medeverdachten, op zichzelf is toegestaan. Ook het enkele wijzen op de mogelijkheid dat een verdachte na het afleggen van een volledige verklaring naar huis zou mogen, brengt niet mee dat de nadien afgelegde verklaring niet in vrijheid is afgelegd. Voorts levert in dit kader het stellen van een vraag die voor een verdachte de verleiding in zich bergt anders te gaan verklaren over feiten dan volgens de voorgenomen procesopstelling, naar mijn mening nog geen ongeoorloofde verhoormethode op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 134995 tot 136689.