Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.3. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

Er zijn echter geen forensisch-wetenschappelijke aanwijzingen voor de stelling dat voormelde bloedsporen als dadersporen moeten worden geduid, waarbij in het bijzonder van belang moet worden geacht dat ook het recentere forensisch onderzoek geen enkele aanwijzing heeft opgeleverd dat ook op het slachtoffer bloedsporen van een andere persoon zouden zijn aangetroffen. De aangetroffen bloeddruppel en bloedvéeg zijn derhalve niet in relatie te brengen tot het slachtoffer dan wel het op haar uitgeoefende geweld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 184233 tot 184759.