Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.6. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

Zoals blijkt uit bewijsmiddel 3, heeft de lijkschouwer te 12.15 uur op 4 juli 1993 aan de hand van de ‘met de hand voelbare daling van de lichaamstemperatuur’ en ‘beginnende lijkstijfheid aan de armen’ ingeschat dat het tijdstip van overlijden is gelegen op ‘korter dan 8 uur te voren en langer dan 4 uur te voren’. Het hof heeft deze bevindingen zonder meer voor het bewijs gebezigd en geoordeeld dat het slachtoffer naar alle waarschijnlijkheid om het leven is gebracht op 4 juli 1993 tussen 04.15 uur en 08.15 uur. Anders dan het middel stelt, heeft het hof niet een specifiek tijdstip van overlijden vastgesteld, maar een periode van vier uren genoemd, binnen welke tijdspanne het slachtoffer ‘naar alle waarschijnlijkheid om het leven is gebracht’. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 195612 tot 196443.