Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.9. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

Hetgeen het middel voorts stelt ten aanzien van een tegenstrijdigheid tussen de verklaring van de vrouwelijke verdachten over het tijdstip van aankomst bij het restaurant en het tijdstip van overlijden van het slachtoffer, mist feitelijke grondslag. Zoals kan blijken uit de door het hof voor het bewijs gebezigde verklaringen van de vrouwelijke verdachten, hebben de verdachten zich die nacht bij het restaurant verzameld op een moment gelegen in de periode tussen 02.00 uur en 04.30 uur. In die periode of kort daarna is het slachtoffer opgehaald en zijn de verdachten met haar bij het restaurant teruggekeerd. Vervolgens zijn de verdachten ongeveer een half uur binnen in het restaurant geweest. De omstandigheid dat het slachtoffer waarschijnlijk binnen een tijdspanne van vier uren, gelegen tussen ongeveer 04.15 uur en 08.15 uur is mishandeld en is overleden, is daarmee niet in tegenspraak. Anders dan het middel wil, brengt het voorgaande niet het (impliciete) oordeel van het hof mee dat de verklaringen van de vrouwelijke verdachten op dit onderdeel niet geloofwaardig zouden zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 199029 tot 200134.