Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.22. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

Het algemene uitgangspunt in de jurisprudentie is, ook in het geval van deskundigenbewijs, dat aan de rechter de vrijheid is voorbehouden bij de selectie en waardering van dat bewijs. Dit impliceert onder meer, dat redengevend geachte onderdelen uit een deskundigenrapport mogen worden overgenomen en het rapport voor het overige buiten beschouwing mag worden gelaten, zo lang de tekst van het rapport niet wordt gedenatureerd. De Hoge Raad heeft evenwel eisen gesteld aan de motivering van het gebruik van deskundigenonderzoek als bewijs. Daartoe is een aantal criteria geformuleerd - over de mate van deskundigheid van de onderzoeker, zijn methode, de betrouwbaarheid en vakkundige toepassing daarvan - aan de hand waarvan de inbreng van de deskundige dient te worden getoetst. In geval van een uitdrukkelijk ingenomen standpunt met betrekking tot deskundigenbewijs, dient de afwijking daarvan op de voet van art. 359 Lid 2 Sv te worden gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 226019 tot 227178.